23-02-2010


Het Platform is opgezet door het Humanistisch Verbond. Meer op de pagina 'Platform' boven in het menu.

Commentaar Wetsvoorstel College voor mensenrechten en gelijke behandeling

door Joyce Hes

Het voorstel behelst niet de oprichting van een Nationaal Instituut mensenrechten maar uitbreiding van de bestaande Commissie Gelijke Behandeling tot een College voor mensenrechten en gelijke behandeling.
Volgens de zgn Paris Principles moet de nieuw instelling voldoen aan tenminste 1) onafhankelijkheid, 2) een publiekrechtelijke basis en 3) een zo ruim mogelijk mandaat dat alle mensenrechten omvat.

Kijken we nu vanuit het belang van de bescherming van de klassieke grondrechten in het bijzonder het recht op een persoonlijke levenssfeer en op lichamelijke integriteit naar dit wetsvoorstel dan vallen een paar zaken op:

Beperkte middelen en bevoegdheden
De uitbreiding van de taken en bevoegdheden van de Commissie Gelijke Behandeling waar het gaat om àlle mensenrechten gaat niet gepaard met een aanzienlijke uitbreiding van bureau en middelen.
De operatie moet budgetneutraal worden uitgevoerd volgens de Memorie van Toelichting en moet degelijk en sober zijn.
Vooral dat laatste is verontrustend, want er komt weinig extras aan middelen bij en dat moet dan vooral van andere ministeries komen dan van Justitie..
De vraag kan ook worden gesteld hoe de sobere inrichting van het CMGB zich verhoudt tot de plannen voor een (haags) Huis van democratie en rechtsstaat dat in de aanloop al 4 miljoen moet gaan kosten.

Bevoegdheden oftewel de tandenvan het College
Het College kan dadelijk procedures starten voor de rechter om een (overheids) optreden onrechtmatig te laten verklaren of een verbod te vragen. In de Memorie van Toelichting wordt geschat dat het hooguit 3 zaken per jaar zou betreffen en het is so wie so niet de bedoeling dat het individuele slachtoffer van mensenrechtenschendingen bij het College terecht kan om juridische procedures te starten Ook krijgt het CMGB geen taak individuele klachten te behandelen op het brede mensenrechtenterrein.Het gaat hierbij uitsluitend om proefprocessen.
Naar onze mening is deze bevoegdheid veel te gering.
Waarom niet de hardeaanpak voorgestaan die het kabinet wel voorstaat als het de aanpak van burgers betreft die in de fout gaan?

Wendbaarheid
Als je een nationaal instituut zou oprichten zoals in Noorwegen zou je een directeur kunnen aanstellen die snel kan reageren op mensenrechtenschendingen, zich gemakkelijk in de media kan begeven en het gezicht kan worden van een kritische kijk op aantasting van grond- en mensenrechten.
Met een College is de vraag hoe dat gaat werken, omdat steeds overleg in het College noodzaak zal zijn.
Weliswaar is een voorwaarde die gesteld is dat het College onafhankelijk is maar gezien de opmerkingen in de Memorie van Toelichting over benoeming valt te vrezen dat sprake zal zijn van een politieke of politiek welgevallige benoeming van de Collegeleden. Volgens het Platform burgerrechten zou het dan ook te prefereren zijn als de leden van dit College worden gerecruteerd uit non-gouvernementele mensenrechtenorganisaties.

In het algemeen:
Het ziet er naar uit dat de Nederlandse regering heeft gekozen voor een goedkope oplossing. Geen instituut is wellicht slechter dan een goedkope oplossing.
Toch zou het deze regering sieren als mensenrechten in het algemeen en zeker de klassieke grondrechten als belangrijkste peilers van een rechtsstaat meer aandacht zouden krijgen.
Dit klemt wat ons betreft te meer in een tijd waarin veiligheid als onderwerp persoonlijke vrijheid op nationaal en internationaal niveau aan het overstemmen is.

Joyce Hes
Voorzitter Platform Bescherming Burgerrechten

 


Reacties