Niet bij privacy alleen
door Willem Trommel
Strijd voor de bescherming van privacy: het leek me altijd best nuttig, maar toch ook een tikje overdreven, misschien zelfs wel een luxeprobleem. Ik kon niet goed uit de voeten met het privacybegrip en eigenlijk nog steeds niet. Toch ben ik er wel wat anders over gaan denken. Daarover verderop meer, nu eerst alsnog mijn kanttekeningen bij het begrip.
Wat is eigenlijk privacy? Een recht om niet volledig gekend te worden, zo zou ik het kortweg willen omschrijven. Dat is iets om te koesteren, maar een absoluut recht kan het toch niet zijn. Immers, met elkaar samenleven lukt alleen als we bereid zijn onszelf te laten kennen, soms zelfs in grotere mate dan ons lief is.
Maar daar staat dan ook wat tegenover. Solidariteit, bijvoorbeeld. Onderlinge lotsverbondenheid, via een verzekering of een ander gezamenlijk arrangement, is alleen denkbaar als we informatie over onszelf prijsgeven. Met andere woorden, een te eenzijdige nadruk op de individuele levenssfeer miskent dat er ook collectieve belangen in het geding zijn.
Hameren op privacy kan soms nodig zijn, maar liever zou ik de problematiek in een wat ruimere context willen plaatsen. Daarbij moet dan worden onderkend dat de overheid, als representant van het algemeen belang, niet kan functioneren zonder informatie over burgers. Vervolgens zouden de maatschappelijke kosten en opbrengsten van informatiepolitieke besluiten steeds nauwkeurig benoemd en gewogen moeten worden.
Deze bredere invalshoek voorkomt dat het belang van privacy wordt verabsoluteerd en komt tegelijkertijd aan nog een ander bezwaar tegemoet, namelijk het overwegend juridische karakter dat aan het privacybegrip kleeft. Op zichzelf begrijpelijk, het gaat immers om de rechtsverhoudingen tussen staat en burger, ofwel om de bescherming van liberale burgerrechten.
Maar de juridische focus brengt onvoldoende aan het licht dat er ook andere kosten kunnen voortvloeien uit informatiepolitieke beslissingen. Willen we bijvoorbeeld een samenleving waarin alleen nog het economisch nut van mensen telt?
Steeds meer meet-, test- en inspectiewerk is primair op utilitaire doelen gericht. Dit is echter nauwelijks nog een juridische kwestie, maar vooral een sociaal-politieke en/of morele zorg. Ook kan de juridische blik ertoe leiden dat bepaalde maatschappelijke voordelen van informatiepolitiek onvoldoende worden gewaardeerd, en zelfs dat ongewenste maatschappelijke effecten worden uitgelokt.
Wat te denken van burgers die zich, met een beroep op het recht op privacy, afschermen van de samenleving en zich in gated communities terugtrekken? Rigide juridische argumentatie voor burgerrechten kan zo ontaarden in onmaatschappelijke gedrag.
Ten slotte denk ik, niet onbelangrijk, dat het privacyargument nogal eens faalt als het erop aankomt informatiepolitieke beslissingen te beïnvloeden. Omdat zulke beslissingen primair als technische kwesties worden gezien, wordt het privacyaspect al snel afgedaan als een futiel bijverschijnsel. We gaan rekeningrijden, maar o ja, we moeten dan nog wel even een paar waarborgen inbouwen om de privacyfetisjisten gerust stellen. Nog dodelijker is dat burgers zelf veelvuldig het burgerrechtenargument ontzenuwen: ach, ze gaan hun gang maar, ik heb toch niets te verbergen
En toch, zoals gezegd, denk ik dat privacybescherming meer aandacht nodig heeft dan ooit. De bemoeienis vanuit politiek en bestuur met ons persoonlijk leven neemt langzamerhand bedenkelijke proporties aan. Hoe we onze kinderen opvoeden, wat we eten, hoe we bewegen, of we genoeg werken: we krijgen het nog niet per decreet opgelegd, maar het wordt steeds indringender in kaart gebracht en bijgestuurd.
In dit verband heb ik onlangs gesproken van gulzig bestuur, ofwel bestuur dat nogal verkrampt op zoek is naar maatschappelijke orde waar deze in onze tijd juist alsmaar problematischer wordt. Achter de voordeur, in de wijken, op de scholen en waar al niet: diepgaande interventie in de persoonlijke leefwereld dreigt een ernstige kwaal te worden.
Sluipenderwijs brengt gulzig bestuur het problematische ideaal van de maakbare mens dichterbij. Een principieel debat hierover vindt niet plaats, maar wel worden steeds vaker en met steeds meer gemak de grenzen van rechtstaat en democratie opgezocht en overschreden.
Tegen deze achtergrond is een nieuw Platform Bescherming Burgerrechten meer dan welkom. Ik blijf echter hopen dat dit platform niet alleen de juridische strijd voor privacybescherming zal voeren. Als het bestuur de burger steeds intensiever wil waarnemen, volgen en bijsturen, dan vereist dat een vorm van politieke verantwoording die nu nog zelden wordt afgelegd.
Welk gezamenlijk belang wordt hier eigenlijk gediend en welke maatschappelijke verliezen vallen te voorzien? Politiek debat hierover is urgent, te meer omdat in technisch opzicht steeds meer mogelijk wordt op informatiepolitiek terrein. Opkomen voor burgerrechten is dan een eerste en nuttige verdedigingslinie, maar kan ook in haar eigen voet schieten. Want wat als er straks steeds meer burgers in de rij staan om zich vrijwillig een elektronisch oormerk aan te laten meten?
Er is al met al een breder front nodig, een front dat aandacht vraagt voor andere waarden dan alleen die van het individuele recht op privacy. Ik heb er in dit stukje enkele genoemd. Gulzig bestuur lijkt in toenemende mate inbreuk te maken op het verlangen van mensen en groepen een eigen levensvervulling te zoeken. Zelfbeschikking en sociaal-culturele pluriformiteit liggen onder vuur.
Het Platform Bescherming Burgerrechten zou een vitale rol kunnen spelen bij het aanjagen van sociaal-politieke ophef over de al te geruisloze opmars van ons bestuur in de leefwereld van burgers.
Willem Trommel,
Hoogleraar bestuurskunde
Vrije Universiteit Amsterdam
