NZa probeert ook in hoger beroep rechtszaak over HONOS-lijsten in de kiem te smoren

Op 1 april 2026

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in hoger beroep een reeks argumenten aangevoerd waarmee zij opnieuw probeert te voorkomen dat onze zaak inhoudelijk wordt beoordeeld. Vertrouwen in de GGZ bestrijdt deze argumenten. We blijven ons inzetten om ook in hoger beroep een inhoudelijk oordeel te krijgen over de rechtmatigheid van de verplichte HONOS-lijsten in de GGZ.

Vorig jaar kondigden we aan in hoger beroep te gaan tegen de teleurstellende uitspraak van de rechtbank over de verplichte aanlevering van HONOS-lijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Inmiddels is de behandeling van het hoger beroep gestart en stelt de NZa wederom dat geen van de partijen in onze coalitie deze rechtszaak zou mogen voeren.

Wat doet de NZa?

In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat alle leden van onze actiegroep (cliënten, behandelaren en organisaties) het recht hebben deze zaak te voeren. De NZa vecht dat oordeel nu aan in hoger beroep. Zij stelt onder meer dat onze rechtszaak geen actie in het algemeen belang is, maar als een zogeheten ‘groepsactie’ moet worden aangemerkt – waarvoor strengere eisen gelden waaraan de organisaties van onze coalitie volgens haar niet voldoen. Daarnaast stelt zij dat de cliënten en behandelaren niet naast de stichtingen aan deze rechtszaak mogen meedoen. Tot slot stelt zij dat de vorderingen van onze actiegroep in werkelijkheid een opstap zijn naar een schadevergoedingsactie.

Juridische hoepels voor ideële rechtszaken

De argumenten van de NZa hangen sterk samen met de Wet Afwikkeling Massaschade in Collectieve Acties (WAMCA), ingevoerd in 2020. Die wet is bedoeld om groepen burgers de mogelijkheid te geven om via één gezamenlijke procedure schadevergoeding te eisen. Vóór de WAMCA konden ideële organisaties principiële rechtszaken voeren ter bescherming van het algemeen belang, zonder al te veel juridische rompslomp. Sinds de inwerkingtreding van de WAMCA worden zij echter voortdurend gedwongen om uitvoerig aan te tonen dat zij níet uit zijn op schadevergoeding. Dat kost veel tijd, geld en energie die niet kan worden besteed aan de inhoudelijke zaak.

Wat is onze reactie?

Wij zullen alle argumenten van de NZa bestrijden: ons doel is en blijft een principieel rechterlijk oordeel over de rechtmatigheid van de verplichte HONOS-lijsten – niet het eisen van een schadevergoeding. De rechtbank heeft in eerste aanleg gemotiveerd geoordeeld dat onze zaak een algemeenbelangactie is en dat alle eisers het recht hebben om te procederen. De NZa legt deze vragen nu opnieuw voor aan het hof. Als het hof de argumenten van de NZa alsnog volgt, blijft de werkelijke vraag – of het verplicht opeisen van de HONOS-lijsten rechtmatig is – onbeantwoord. Wij blijven ons inzetten voor een inhoudelijk oordeel daarover.

We hebben van het gerechtshof tot 7 april gekregen om schriftelijk te reageren op de argumenten van de NZa. Daarna zal het hof een oordeel vellen over onze ontvankelijkheid, óf bepalen dat er nog een mondelinge behandeling zal plaatsvinden.

OPROEP: STEUN ONS HOGER BEROEP

Elke extra behandelronde kost tijd en geld. Doordat de NZa de ontvankelijkheidsvraag opnieuw aan de rechter voorlegt, moeten wij opnieuw uitgebreid verweer voeren, nog voordat de inhoudelijke behandeling überhaupt kan beginnen. We hebben van het hof een krappe maand gekregen om te reageren, waardoor we alle zeilen bij moeten zetten.

Vertrouwen in de GGZ is volledig afhankelijk van de steun van mensen die vinden dat de privacy van GGZ-cliënten en het medisch beroepsgeheim niet mogen worden opgeofferd aan de datahonger van een overheidsinstantie. Heeft u onze zaak eerder gesteund – hartelijk dank daarvoor. Ook nu is uw bijdrage weer hard nodig. Doneer via de campagnesite van Vertrouwen in de GGZ:

https://vertrouwenindeggz.nl/fundraisers/doneer